Leerlingenbegeleiding: verschil tussen versies

Uit Schoolwerkplan SBS Munsterbilzen - Hoelbeek - Martenslinde
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Regel 70: Regel 70:
 
(Twee)jaarlijks wordt een MEGA-project georganiseerd op de school om de leerlingen van de derde graad op een gepaste manier te leren reageren op risicovol gedrag zoals het gebruik van drugs en geweld in samenwerking met o.a. de politie. Tijdens dit project worden een aantal vaardigheden in een lessenreeks aangeboden waaronder assertiviteit, gebruik en misbruik van verdovende middelen, houding tegenover (groeps)druk, ...  
 
(Twee)jaarlijks wordt een MEGA-project georganiseerd op de school om de leerlingen van de derde graad op een gepaste manier te leren reageren op risicovol gedrag zoals het gebruik van drugs en geweld in samenwerking met o.a. de politie. Tijdens dit project worden een aantal vaardigheden in een lessenreeks aangeboden waaronder assertiviteit, gebruik en misbruik van verdovende middelen, houding tegenover (groeps)druk, ...  
  
De leerlingen worden op regelmatige tijdstippen opgevolgd op vlak van fysiek welzijn door het CLB dit door middel van systematische contacten (medische consulten). Deze systematische contacten kaderen binnen het begeleidingsdomein preventieve gezondheidszorg waarbij de gezondheid, groei en ontwikkeling van leerlingen wordt bevorderd en beschermd. Tevens voert de leerkracht lichamelijke opvoeding een belangrijke rol uit in het signaleren van een ongezond gewicht of problemen met fysieke conditie. In samenwerking met het CLB werd er een ‘Kriebelteam’ opgericht, waarbij de school in samenwerking met een bekwame oudergroep het luizenprobleem tracht te bestrijden
+
De leerlingen worden op regelmatige tijdstippen opgevolgd op vlak van fysiek welzijn door het CLB door middel van systematische contacten (medische consulten). Deze systematische contacten kaderen binnen het begeleidingsdomein preventieve gezondheidszorg waarbij de gezondheid, groei en ontwikkeling van leerlingen wordt gecontroleerd en beschermd. Tevens voert de leerkracht lichamelijke opvoeding een belangrijke rol uit in het signaleren van een ongezond gewicht of problemen met de fysieke conditie.  
 +
 
 +
In samenwerking met het CLB werd er een ‘Kriebelteam’ opgericht in Hoelbeek, waarbij de school in samenwerking met een bekwame oudergroep het luizenprobleem tracht te bestrijden.
 +
 
 +
==== Begeleiding samen met anderen ====
 +
 
 +
In de eerste plaats is het belangrijk dat er een transparante communicatie plaatsvindt tussen de school en ouders. We hechten er veel belang aan dat de school toegankelijk is voor hen. Op onze school werken we bijvoorbeeld met Smartschool en op die manier kunnen ouders altijd contact opnemen met de klastitularis, zorgcoördinator of de directie. Dit geldt eveneens in de omgekeerde richting. De klastitularis is het eerste aanspreekpunt. Wanneer er verhoogde zorgen zijn sluit de zorgcoördinator (en directie) mee aan bij het overlegmoment. Het CLB wordt ingeschakeld in fase 2 van het zorgcontinuüm (uitbreiding van zorg). Dit betekent dat de zorgleerling besproken wordt tijdens het zorgoverleg met het CLB indien de school de zorg niet meer intern gedragen krijgt.
 +
 
 +
Daarnaast kunnen zorgleerlingen op ieder moment van het schooljaar aangemeld worden door de zorgcoördinator. De school organiseert in eerste instantie in samenwerking met het CLB een zorgoverleg met alle betrokken partijen (ouders, klastitularis, directie, zorgcoördinator, externe hulpverleners zoals logopedisten, kinesisten, psychologen,...) om de zorgvraag te verhelderen.
 +
 
 +
Daarna wordt er eventueel een traject opgestart door het CLB en dit omvat IQ-afnames, observaties, concentratietesten, doorverwijzingen naar kinderpsychiaters of andere (para)medici, testen voor leerstoornissen en adviezen naar aanpak.
 +
 
 +
Wanneer er kinderen gediagnosticeerd worden met specifieke stoornissen, wordt er beroep gedaan op het ondersteuningsnetwerk. Dit is een gespecialiseerd team vanuit het buitengewoon onderwijs die de leerling, ouders en de school met hun expertise komen ondersteunen.
 +
 
 +
In uitzonderlijke gevallen is er sprake van een verontrustende zorg, namelijk bij vermoedens van misbruik, moeilijke thuissituatie, geweld, verwaarlozing, ... In dergelijke gevallen is steeds het CLB betrokken en gaan zij op een aanklampende manier te werk. Ook politie of justitie werkt in deze situaties vaak samen met de school.
  
 
=== Praktische uitwerking van het zorg- en gelijkeonderwijskansenbeleid ===
 
=== Praktische uitwerking van het zorg- en gelijkeonderwijskansenbeleid ===

Versie van 23 apr 2020 om 13:15

1 Beleid op leerlingenbegeleiding

1.1 Passende begeleiding voor alle leerlingen (brede basiszorg) op basis van een krachtige leeromgeving

Een krachtig beleid op leerlingenbegeleiding begint met goed onderwijs.

We streven ernaar om op zoek te gaan naar recente, onderbouwde methodes en deze te evalueren en aan te passen indien nodig. Hierbij is het belangrijk dat de onderwijstijd optimaal gebruikt wordt.

Er wordt divers diagnostisch materiaal ingezet zoals kleuterobservaties, lateraliteitsscreeningen en kleutertests in de kleuterklassen, de SALTO-taaltest in het eerste leerjaar, VCLB-testen en AVI-leesniveaus in de lagere school en OVSG-toetsen in het zesde leerjaar.

Hiermee willen we 'risicoleerlingen' opsporen om deze kinderen verhoogde zorg te kunnen bieden.

Het geeft ons ook de mogelijkheid om een totaalbeeld te vormen van onze leerlingen en om onze adviezen (aan ouders) naderhand te staven met behulp van kwantitatieve normgegevens.Deze supplementaire toetsen - bovenop de methodetoetsen - geven ons immers een realistisch beeld van de vaardigheden van de leerling indien de leerstof niet op voorhand ingestudeerd werd.

Daarnaast vinden we het belangrijk dat deze waardevolle informatie overgedragen wordt van leerjaar (graad) naar leerjaar (graad) om zo een uniforme werking te creëren. Dit gebeurt aan de hand van overgangsbesprekingen op het einde van elk schooljaar.

Ten slotte hechten wij ook veel belang aan een gezonde leescultuur op school. Er gebeuren op school veel initiatieven die het lezen stimuleren en bevorderen zoals bv. het Kwartierlezen. Lezen is volgens ons het fundament voor het latere leven omdat dit de kinderen o.a. helpt bij het studerend lezen en het leren leren.

1.2 Passende begeleiding voor bepaalde leerlingen (verhoogde zorg)

Drie keer per schooljaar worden er MDO’s (Multi Disciplinair Overleg) georganiseerd voor de leerlingen waarbij er sprake is van verhoogde zorg. Hierbij worden de vaststellingen overlopen, onder andere op gebied van leerprestaties, denkontwikkeling, werkhouding en gedrag. Daarna wordt er een probleemstelling geformuleerd en worden de reeds ondernomen acties besproken. Hieruit volgen concrete afspraken om de leerling zo goed mogelijk te begeleiden en op te volgen. Dit kan de aanzet zijn om de leerling te laten doorstromen in het traject naar uitbreiding van zorg.

Verhoogde zorg werkt voor ons in twee richtingen: enerzijds betreft dit het remediëren van problemen bij zwakkere leerlingen, anderzijds houdt dit ook het begeleiden van leerlingen met een ontwikkelingsvoorsprong in.

Voor leerlingen die vastlopen kan het nodig zijn om een plan van aanpak op te stellen omdat zij recht hebben op specifieke maatregelen. In samenspraak met de desbetreffende leerling en alle betrokken partijen worden diverse maatregelen in dit document opgenomen waarbij de leerling baat heeft. Ook kan het in sommige gevallen zinvol zijn om deze kinderen uitgebreider te onderzoeken aan de hand van supplementaire tests om op die manier de verdere evolutie in kaart te brengen. Zo krijgen we ook zicht op de kwaliteit van onze zorg.

1.3 Passende begeleiding op het vlak van de leerloopbaan, leren, socio-emotionele ontplooiing en fysiek welzijn

1.3.1 De onderwijsloopbaan

Onze scholen zijn voornamelijk kleinere scholen, bestaande uit een lagere afdeling met de zes leerjaren waarbij ook graadklassen worden ingericht. Ze bieden tevens ook kleuteronderwijs aan. De school biedt gemengd onderwijs met gelijke kansen aan beide geslachten, waardoor het rollenpatroon wordt doorbroken. Ze biedt optimale ontplooiingskansen aan elk kind, ongeacht de sociale status en financiële mogelijkheden. Concreet betekent dit dat een kind van 2,5 tot 12 jaar in onze school onderwijs kan volgen. De klassen worden ingedeeld volgens leeftijd.

In overleg met alle betrokken onderwijsactoren, ouders, CLB, klasleerkrachten, zorgcoördinatoren en externen kan beslist worden om een leerling een jaar te laten herhalen of een jaar te versnellen.

In het zesde leerjaar wordt voldoende aandacht besteed aan de oriëntatie van de leerlingen naar het middelbaar onderwijs. De leerling maakt kennis met de verschillende studierichtingen die aangeboden worden. Via het rapport en de BaSO-fiches krijgt de leerling (en de ouders) inzicht in zijn sterktes en zwaktes.

Wij werken samen met het CLB rond de oriëntering naar het middelbaar onderwijs.

De leerlingen van het zesde leerjaar bezoeken in het tweede en derde trimester de middelbare scholen uit de omgeving. Voor het vrij onderwijs is dit onder andere het Sint-Lambertuscollege met een middenschool en een brede eerste graad, voor het gemeenschapsonderwijs is dit de Martinusschool en voor het provinciaal onderwijs de PSSB in Munsterbilzen. Deze school biedt een uitgebreid aanbod inzake STEM-onderwijs.

In de loop van september hebben de leerkrachten van het zesde leerjaar BaSO-overleg. In deze gesprekken worden de nieuwe leerlingen uit het eerste middelbaar besproken door zowel leerkrachten van het middelbaar onderwijs als het lager onderwijs.

De volledige onderwijsloopbaan van de leerlingen wordt opgenomen in het programma voor leerlingenadministratie (WISA) en in Smartschool.

1.3.2 Leren en studeren

De belangrijkste doelstellingen van onze school zijn: gedifferentieerd onderwijs aanbieden in onze klassen, individuele hulp bieden aan kinderen met leermoeilijkheden en / of een leerachterstand door de zorgcoördinator, zorgverbreding verstrekken aan groepjes kinderen met leermoeilijkheden en / of sociaal-emotionele problemen.

Daarnaast willen we de minimale basisvorming of leerlijnen voor alle kleuters en lagere schoolkinderen realiseren door middel van een optimale verdeling van de beschikbare lestijden ten voordele van het kind, de klasoverschrijdende en klasdoorbrekende organisatie en de school- en klasinrichting zoals de leeshoeken.

Vervolgens stelt ons onderwijs zich niet alleen als doel de minimale doelstellingen van de eindtermen te bereiken, maar kan de school de leerlingen meer bieden door het aanbieden van een brede waaier aan materialen, technieken,.. Met andere woorden streeft onze school steeds ernaar om de eindtermen te verdiepen en uit te breiden.

Als laatste hebben we een leerlingvolgsysteem met een regelmatige evaluatie van het kennen, kunnen en het welbevinden van de leerlingen uitgebouwd, zodat er remediëring kan worden gegeven en een zinvolle rapportering naar leerlingen en ouders kan doorstromen.

1.3.3 Psychisch en sociaal functioneren

Ieder kind moet zich veilig en geborgen voelen in de school en bij de leerkracht. De school zal de solidariteit tussen de leerlingen bevorderen, iedereen hoort erbij. We trachten een oplossing te zoeken o.a. bij pesten. Hierbij denken wij aan het werken met groepen, het organiseren van zee- en of bosklassen, diverse socio-culturele activiteiten,...

We streven ernaar de leerlingen mondig en weerbaar te maken en te begeleiden naar een kritisch opbouwende instelling tegenover zichzelf en de maatschappij. Ook laten we de kinderen bouwen aan een zinvol leven, zowel individueel als collectief, door aandachtspunten als vredes- en consumentenopvoeding, gezondheidszorg en verkeer, ...

De school streeft de totale ontwikkeling van het kind na: de intellectuele en attitudevorming, de vaardigheidsontwikkeling, de persoonlijkheidsvorming (dynamisch-affectief, socio-emotioneel, motorisch, ethisch, muzisch-creatief en esthetisch), leergierigheid, emotioneel evenwicht, eerlijkheid, verdraagzaamheid, eerbied voor het andere en de anderen.

1.3.4 Preventieve gezondheidszorg

Enerzijds pogen wij op school een sterk preventief gezondheidsbeleid door te voeren door in te zetten op gezonde voeding zoals gezonde tussendoortjes, water drinken op school, fruit- en groentedagen,...

Zowel in het kleuter- als lager onderwijs komen thema’s aan bod zoals gezondheid, voeding, sorteerbeleid en bewegingsleer. De leerkracht lichamelijke opvoeding speelt hierin tevens een centrale rol; zij coördineeren extra-muros-sportactiviteiten zoals sportnamiddagen, tornooitjes,... Maar ook tijdens de schooluren zet onze school in op bewegingstussendoortjes, spel- en bewegingsplezier, ...

(Twee)jaarlijks wordt een MEGA-project georganiseerd op de school om de leerlingen van de derde graad op een gepaste manier te leren reageren op risicovol gedrag zoals het gebruik van drugs en geweld in samenwerking met o.a. de politie. Tijdens dit project worden een aantal vaardigheden in een lessenreeks aangeboden waaronder assertiviteit, gebruik en misbruik van verdovende middelen, houding tegenover (groeps)druk, ...

De leerlingen worden op regelmatige tijdstippen opgevolgd op vlak van fysiek welzijn door het CLB door middel van systematische contacten (medische consulten). Deze systematische contacten kaderen binnen het begeleidingsdomein preventieve gezondheidszorg waarbij de gezondheid, groei en ontwikkeling van leerlingen wordt gecontroleerd en beschermd. Tevens voert de leerkracht lichamelijke opvoeding een belangrijke rol uit in het signaleren van een ongezond gewicht of problemen met de fysieke conditie.

In samenwerking met het CLB werd er een ‘Kriebelteam’ opgericht in Hoelbeek, waarbij de school in samenwerking met een bekwame oudergroep het luizenprobleem tracht te bestrijden.

1.4 Begeleiding samen met anderen

In de eerste plaats is het belangrijk dat er een transparante communicatie plaatsvindt tussen de school en ouders. We hechten er veel belang aan dat de school toegankelijk is voor hen. Op onze school werken we bijvoorbeeld met Smartschool en op die manier kunnen ouders altijd contact opnemen met de klastitularis, zorgcoördinator of de directie. Dit geldt eveneens in de omgekeerde richting. De klastitularis is het eerste aanspreekpunt. Wanneer er verhoogde zorgen zijn sluit de zorgcoördinator (en directie) mee aan bij het overlegmoment. Het CLB wordt ingeschakeld in fase 2 van het zorgcontinuüm (uitbreiding van zorg). Dit betekent dat de zorgleerling besproken wordt tijdens het zorgoverleg met het CLB indien de school de zorg niet meer intern gedragen krijgt.

Daarnaast kunnen zorgleerlingen op ieder moment van het schooljaar aangemeld worden door de zorgcoördinator. De school organiseert in eerste instantie in samenwerking met het CLB een zorgoverleg met alle betrokken partijen (ouders, klastitularis, directie, zorgcoördinator, externe hulpverleners zoals logopedisten, kinesisten, psychologen,...) om de zorgvraag te verhelderen.

Daarna wordt er eventueel een traject opgestart door het CLB en dit omvat IQ-afnames, observaties, concentratietesten, doorverwijzingen naar kinderpsychiaters of andere (para)medici, testen voor leerstoornissen en adviezen naar aanpak.

Wanneer er kinderen gediagnosticeerd worden met specifieke stoornissen, wordt er beroep gedaan op het ondersteuningsnetwerk. Dit is een gespecialiseerd team vanuit het buitengewoon onderwijs die de leerling, ouders en de school met hun expertise komen ondersteunen.

In uitzonderlijke gevallen is er sprake van een verontrustende zorg, namelijk bij vermoedens van misbruik, moeilijke thuissituatie, geweld, verwaarlozing, ... In dergelijke gevallen is steeds het CLB betrokken en gaan zij op een aanklampende manier te werk. Ook politie of justitie werkt in deze situaties vaak samen met de school.

2 Praktische uitwerking van het zorg- en gelijkeonderwijskansenbeleid

2.1 Zorgjaarplan

2.1.1 1ste trimester
Timing Actie Beschrijving / motivering / doel
September Startvergaderingen leerlingen met ondersteuning vanuit het ondersteuningsnetwerk Kennismaking met alle betrokken partijen en doelen opstellen per leerling voor het komende schooljaar.
Vanaf midden oktober (tot eind oktober) (Vernieuwde) VCLB-testen wiskunde (1ste - 6de lj.) en spelling (versie 2006) (2de - 6de lj.) Beginsituatie bepalen op het vlak van spelling en wiskunde.
Begin oktober SALTO-taalscreening 1ste leerjaar Martenslinde en Hoelbeek Taalvaardigheid van de leerlingen bepalen.
Vanaf begin oktober Bepaling AVI-leesniveaus Beginsituatie bepalen op het vlak van lezen.
Na rapport 1 (eind november) MDO 1 / zorgoverleg Overleg tussen (CLB), zorgcoördinator, directie en klastitularis om alle leerlingen met een zorgvraag te bespreken
Na rapport 1 Kleuterobservatie 1 Ontwikkeling van de kleuters in kaart brengen door gerichte observatie.
2.1.2 2de trimester
Timing Actie Beschrijving / motivering / doel
Januari Tussentijdse evaluatie leerlingen met ondersteuning vanuit het ondersteuningsnetwerk Evalueren wat er goed en minder goed gaat. Indien nodig wordt er bijgestuurd.
Februari - maart Bepaling AVI-leesniveaus (nu ook van het 1ste lj.) Bekijken van de evolutie in het lezen en eventuele leesproblemen detecteren.
Na rapport 2 (midden maart) MDO 2 / zorgoverleg Overleg tussen (CLB), zorgcoördinator, directie en klastitularis om alle leerlingen met een zorgvraag te bespreken
Na rapport 2 Kleuterobservatie 2 Ontwikkeling van de kleuters in kaart brengen door gerichte observatie.
2.1.3 3de trimester
Timing Actie Beschrijving / motivering / doel
Mei / juni Bepaling AVI-leesniveaus Bekijken van de evolutie in het lezen en eventuele leesproblemen detecteren.
Juni Bespreking BaSO-fiche / klassenraad 6de lj. Overleg tussen zorgcoördinator, directie en klastitularis om alle leerlingen van het 6de leerjaar te bespreken.
Vlak voor de zomervakantie Kleuterobservatie 3 Ontwikkeling van de kleuters in kaart brengen door gerichte observatie.
Juni Eindevaluatie leerlingen met ondersteuning Evaluatie van het afgelopen schooljaar en eventueel doelen voor het volgend schooljaar bepalen.
Eind juni OVSG-toetsen 6de lj. De algemene kennis en ontwikkeling van de leerlingen vergelijken met andere Vlaamse leerlingen. Bepalen welke domeinen en / of doelstellingen positief of negatief in de kijker lopen.
Eind juni (indien organisatorisch haalbaar) of na de algemene personeelsvergadering eind augustus Overgangsbesprekingen Overleg tussen de leerkrachten van het vorige en het volgende leerjaar.

2.2 Zorgcontinuüm

Het hoofddoel van het M-decreet is om zoveel mogelijk kinderen mee te nemen in het gemeenschappelijk curriculum en dus uitzicht te geven op een getuigschrift basisonderwijs. Alle 'M'ogelijkheden, 'M'iddelen, 'M'aatregelen en 'M'ethodes die daartoe helpen worden duidelijk omschreven en vindt met terug in de fasen van het zorgcontinuüm.

2.2.1 Fase 0: Goede preventieve en brede basiszorg

De leerlingen bevinden zich in een krachtige leeromgeving, waarin:

  • voortgebouwd wordt op de aanwezige kennis;
  • realistische en betekenisvolle contexten worden gehanteerd;
  • leerlingen zelf activiteiten mogen doen en initiatieven mogen nemen;
  • zorg gedragen wordt voor het welbevinden van de leerlingen, hun positief zelfbeeld en motivatie.
2.2.2 Fase 1: Verhoogde zorg

Hierbij speelt de leerkracht in op de onderwijsnoden van de leerlingen.

Het multidisciplinaire schoolteam (CLB, klastitularissen, zorgleerkrachten, paramedici, ...) dat structureel in onze school twee maal per jaar samenkomt in de vorm van het MDO (MultiDisciplinair Overleg), heeft hierin een informerende en ondersteunende rol. Het belang van de leerlingen staat centraal en daarvoor is een goede samenwerking tussen school en CLB nodig.

Het evalueren en registreren van interventies via het Smartschool-leerlingvolgsysteem is een belangrijke verantwoordelijkheid van het volledige schoolteam en zo wordt een eventuele overstap naar 'de fase van uitbreiding van zorg' degelijk en transparant onderbouwd.

2.2.3 Fase 2: Uitbreiding zorg

Indien er een meer gerichte individuele aanpak nodig is, meldt de leerkracht dit aan de zorgcoördinator en de directie. In overleg wordt het probleem geanalyseerd en worden er interventies gedaan. Deze worden dan uitgevoerd door de leerkracht en / of de zorgcoördinator.

Bij sommige leerlingen heeft deze speciale zorg niet voldoende effect, hetgeen wijst op een leer-, aandachts- of ontwikkelingsstoornis. Vanuit het MDO (MultiDisciplinair Overleg) wordt dan gezocht naar compenserende (en indien absoluut nodig dispenserende) maatregelen om deze leerlingen te begeleiden. Het welbevinden mag hier zeker niet uit het oog verloren worden.

Voor het compenseren bij spelling hebben we op de personeelsvergadering van 2/06/15 de volgende afspraak gemaakt: compensaties voor spelling worden steeds per leerling bekeken. Meestal geven we de ouders hierbij de keuze: een half punt per fout aanrekenen of het dictee (de correctiesleutel) ter voorbereiding mee naar huis, maar nooit allebei!

2.2.4 Fase 3: Overstap naar een school op maat

School en zorgteam beschikken niet altijd over de nodige deskundigheid en middelen om een leerling in zijn ontwikkeling te begeleiden. Het team zoekt met ouders en CLB naar passende oplossingen.

Als alle mogelijke middelen door de leerkracht uitgeprobeerd zijn en de interventies van internen en externen ontoereikend blijken te zijn, zal de school - na rijp beraad met alle betrokkenen op het MDO en met de ouders - deze kinderen naar het buitengewoon onderwijs of een andere school op maat oriënteren.

2.3 Leerlingvolgsysteem

Ons leerlingvolgsysteem binnen Smartschool maakt voor iedere leerling gebruik van de onderstaande structuur:

  • Meldingen: hierin worden observaties, testresultaten, opmerkingen, ... genoteerd. Ook verslagen en observatiedocumenten die we van externen ontvangen (en die niet meteen besproken worden) worden hier opgeslagen.
  • Begeleiding: wanneer een leerling - bv. op basis van een melding - specifieke ondersteuning krijgt van bv. de zorgcoördinator of van een leerkracht wordt dit bij begeleiding genoteerd.
  • Besprekingen: bij besprekingen worden alle relevante gesprekken over een leerling genoteerd
    • MDO's zijn een subonderdeel van 'besprekingen. Hier worden de voorbereidingen en de verslagen van de 2 MDO's per schooljaar genoteerd.
    • Overgangsbesprekingen: dit is ook een subonderdeel van 'besprekingen'. Dit wordt eenmaal per schooljaar (aan het eind) door de klastitularis ingevuld om in één oogopslag een beeld van een leerling te krijgen in functie van de overgang naar het volgende leerjaar ter voorbereiding van de eigenlijke 'overgangsbesprekingen' eind juni (indien organisatorisch haalbaar) of na de personeelsvergadering van augustus.
  • Plannen van aanpak: zie hieronder...
  • BaSO-fiche: zie hier

De resultaten van genormeerde toetsen zoals bv. de VCLB-testen worden in het leerlingvolgsysteem opgeslagen bij 'genormeerde toetsen'.

2.4 Plan van aanpak

Dit werd besproken met het kernteam zorg op 28/01/16, 27/09/16 en 8/11/16. Het werd herhaald op de personeelsvergadering van Munsterbilzen van 25/09/18 en 23/09/19.

We stellen een plan van aanpak op bij een leerstoornis (bv. dyslexie, dyscalculie, ...) of wanneer een leerling meerdere compenserende maatregelen nodig heeft. Er hoeft daarbij niet noodzakelijk een officiële diagnose te zijn.

Zo’n plan van aanpak wordt meestal in het begin van het schooljaar opgesteld in overleg met de ouders, maar een dergelijk plan kan uiteraard ook in de loop van het schooljaar opgesteld worden als er bv. een probleem wordt vastgesteld.

Het plan van aanpak situeert zich in fase 2 van het zorgcontinuüm.

Het initiële ontwerp voor het plan wordt in overleg met de klastitularis (de directie indien mogelijk) en de ouders (en eventueel externen zoals bv. een logopedist) opgesteld door de zorgcoördinator en nadien ter controle en opvolging voorgelegd aan de directie.

Het plan van aanpak is een apart onderdeel van het Smartschool-leerlingvolgsysteem onder de titel 'Plannen van aanpak'.

2.4.1 Workflow plan van aanpak
  1. Vaststelling zorgproblematiek
  2. Overleg met ouders (CLB, directie, …)
  3. Beslissing tot het nemen van compenserende (of dispenserende) maatregelen (meervoud!). Het is niet de bedoeling om een plan van aanpak op te stellen voor één compenserende maatregel (zoals bv. een tafelkaart).
  4. Opstelling plan van aanpak door de zorgcoördinator (titel in het LVS: 'Plan van aanpak' + eventueel het vak (bv. wiskunde) of de diagnose (bv. dyscalculie)
  5. Terugkoppelling naar de directie
  6. Afdruk uit het LVS en ondertekening door de ouders
  7. Implementatie van de afspraken
  8. Evaluatie op een oudercontact en het MDO (en eventuele bijsturing)
  9. Herhaling van stap 4 - 8
2.4.2 Bestaande plannen van aanpak

Bestaande plannen van aanpak worden tijdens MDO 1 en nadien samen met de ouders tijdens het eerste oudercontact besproken en indien nodig bijgestuurd. Tenzij de ouders of de nieuwe klastitularis een aanpassing eerder nodig vinden.

2.5 Kleuterobservaties

Zie http://munsterbilzen.sbsbilzen.be/zorgbeleid/kleuterobservaties/

We nemen observaties af voor de onderstaande vakken / domeinen:

  • lichamelijke opvoeding
  • wiskunde
  • nederlands
  • zelfredzaamheid (2.5 en 3-jarigen)
2.5.1 Afspraken omtrent het invullen van de observaties

Deze afspraken werden gemaakt tijdens de personeelsvergadering van het kleuteronderwijs op 17/03/16.

  • Vanaf het schooljaar 2016 - 2017 zullen de kleuterobservaties 3 keer per schooljaar ‘afgenomen’ worden.
  • De deadline voor het invullen van de observaties is steeds vlak voor de vakantie (kerstvakantie, paasvakantie, zomervakantie).
  • Alle bovenvermelde vakken / domeinen dienen steeds ingevuld te worden.
  • De eerste observatie ieder schooljaar dient steeds voor alle leerlingen ingevuld te worden. De daaropvolgende observaties uiteraard enkel voor de leerlingen voor wie de geobserveerde vaardigheid nog niet in orde is.
  • Per vak / domein zouden er dus per schooljaar maar 3 observaties moeten zijn: 1, 2, 3. Het is dan ook de bedoeling om in de loop van een trimester een observatie aan te vullen en niet steeds een nieuwe te beginnen voor iedere leerling of groep van leerlingen.
  • De leeftijd en periode wordt als volgt ingevuld:
    • 1ste trimester: leeftijd, periode = 1, afkorting = 1
    • 2de trimester: leeftijd, periode = 2, afkorting = 2
    • 3de trimester: leeftijd, periode = 3, afkorting = 3

2.6 VCLB-testen

Aan het begin van ieder schooljaar worden alle leerlingen getest aan de hand van de VCLB-testen voor de domeinen spelling (versie 2006, lln. 2de - 6de lj.) en wiskunde (vernieuwde versie, lln. 1ste - 6de lj.).

De testen worden afgenomen en verbeterd door de leerkrachten en worden opgenomen in het LVS bij 'genormeerde toetsen'.

De VCLB-testen van wiskunde kunnen jammer genoeg niet opgenomen worden in het Smartschool-LVS. Deze resultaten moeten ingegeven worden in VCLB Schoolware. De klastitularis krijgt na ingave een overzicht van de resultaten zodat deze indien nodig toegevoegd kunnen worden aan de voorbereiding van het eerstvolgende MDO.

De VCLB-testen worden door de leerkrachten en / of de zorgcoördinatoren - zeker voor de leerlingen met een ernstige uitval - ook geremedieerd.

2.7 Taalscreening

Een goede kennis van de onderwijstaal is voor leerlingen essentieel opdat ze met goed gevolg de onderwijsactiviteiten kunnen volgen. Maximaal inzetten op de kennis van deze onderwijstaal is en blijft een belangrijke opdracht van elke school in het kader van het verhogen van de kansen van alle leerlingen.

Deze screening beoogt na te gaan wat het niveau van de leerling inzake de onderwijstaal is. Het is met andere woorden een beginsituatieanalyse van de leerling op basis waarvan verdere stappen ter ondersteuning van de leerling genomen kunnen worden.

Onze school hanteert voor deze taalscreening SALTO voor de leerlingen die in het 1ste leerjaar starten. SALTO is een screeningsinstrument dat de schoolse taalvaardigheid meet van leerlingen die in het eerste leerjaar starten. Resultaten op de toets geven aan welke leerlingen extra zorg en ondersteuning nodig hebben op het vlak van taalvaardigheid.

De toets wordt afgenomen door de leerkracht in het begin van het schooljaar, in de periode eind september - begin oktober. Het instrument gaat na of leerlingen voldoende taalvaardig zijn in het Nederlands om eenvoudige instructies, vragen en mededelingen over het schoolgebeuren te begrijpen. De toetstaken zijn opgebouwd rond realistische, concrete situaties waarin de leerlingen de schooltaal moeten begrijpen.

Alle nodige documenten zijn terug te vinden op Intradesk in de map 'SBS Munsterbilzen - Begeleiding - Taalscreening'.

De resultaten van deze screening worden opgenomen in het LVS bij 'genormeerde toetsen' en worden besproken tijdens het eerste MDO (aangevuld met andere informatie uit bv. de klas). Indien een leerling onvoldoende taalvaardig blijkt te zijn, moeten deze resultaten ook besproken worden met de ouders.

2.7.1 Resultaten
  • 2019 - 2020 → Martenslinde: 1 lln. risico (18 lln.), Hoelbeek: 1 lln. risico (11 lln.)
  • 2018 - 2019 → Martenslinde: alle lln. oké (12 lln.), Hoelbeek: alle lln. oké (4 lln.)

2.8 AVI-leesniveaus

Zie https://munsterbilzen.sbsbilzen.be/onderwijsaanbod/avi-leesniveaus/

2.9 Kernteam zorg

Het kernteam zorg bestaande uit de zorgcoördinatoren en de directie komt éénmaal per trimester bij elkaar. Zij bepalen samen het zorgbeleid en koppelen hierover tijdens een personeelsvergadering zoveel mogelijk terug naar het schoolteam.

Sinds 2017 maken ook de directeur en de zorgcoördinator van SBS Mopertingen deel uit van het kernteam zorg. De verslagen van het kernteam zijn dan ook terug te vinden op Intradesk in de map 'Algemeen - Begeleiding - Kernteam zorg'.

2.10 CLB

Zie http://munsterbilzen.sbsbilzen.be/clb/

Het CLB heeft rechtstreeks toegang tot ons leerlingvolgsysteem.

2.11 MDO / zorgoverleg

Naast de vele informele en ad-hoc contacten tussen de zorgcoördinator, de CLB-contactpersoon en de leerkrachten wordt er ook één keer per trimester een formeel overleg georganiseerd tussen de klastitularis, de zorgcoördinator, (de CLB-contactpersoon) en de directie: het MDO of het intern zorgoverleg. Als de CLB-contactpersoon niet aanwezig kan zijn, wordt er nadien een apart overlegmoment gepland tussen de contactpersoon en de zorgcoördinator.

Het is het ook mogelijk om een 'MDO-op-vraag' te organiseren bij vaststelling dat de zorg of begeleiding op school voor een bepaalde leerling ontoereikend is en er zo snel mogelijk actie moet ondernomen worden om de betreffende leerling zo goed mogelijk te helpen.

De besprekingen op het MDO situeren zich op fase 2 van het zorgcontinuüm.

De klastitularis bereidt een MDO steeds grondig voor in het LVS bij 'MDO's'. Op deze manier moet de zorgcoördinator tijdens het gesprek het verslag van de leerkracht slechts aanvullen.

De titel van een MDO in het LVS heeft steeds de onderstaande vorm:

  • MDO 1
  • MDO 2

Tijdens een MDO worden alle leerlingen met een zorgproblematiek besproken, maar er wordt van de leerkrachten verwacht dat zij een selectie maken. Belangrijk daarbij is dat er concrete acties met betrekking tot de zorgvraag van de leerlingen worden besproken en opgevolgd en dat de begeleiding van de betrokken leerling tijdens de voorafgaande periode worden geëvalueerd en indien nodig bijgestuurd.

2.11.1 Jaarplanning MDO's
  • MDO 1: vlak voor of na rapport 1
  • MDO 2: vlak voor of na rapport 2

2.12 Overgangsbesprekingen

Eind juni (indien organisatorisch haalbaar) of na de personeelsvergadering van eind augustus worden de overgangsbesprekingen gehouden. Hierbij worden alle leerlingen besproken door de klastitularis van het huidige schooljaar en de klastitularis van het vorige schooljaar (bv. de leerlingen van het 2de leerjaar worden besproken door de klastitularis van het 2de leerjaar en de klastitularis van het 1ste leerjaar). Deze overgangsbesprekingen worden door de klastitularis in het LVS bij 'overgangsbesprekingen' voorbereid aan het einde van het vorige schooljaar. Deze voorbereiding bestaat uit een formulier met een aantal selectievakjes en één tekstveld. Op deze manier wordt er een eenvoudige samenvatting gemaakt van de betrokken leerlingen: "Heeft de leerling een plan van aanpak?", "Is er een MDO 1, 2 en 3 geweest?", "Is er relevante medische informatie?". In het tekstveld kan verduidelijking genoteerd worden. De overgangsbesprekingen worden in principe voor alle leerlingen voorbereid.

De titel van een overgangsbespreking heeft steeds onderstaande vorm:

  • 'Van 1 naar 2' voor bv. een leerling die overgaat van het 1ste naar het 2de leerjaar
  • 'Van 2KO naar 3KO' voor bv. een leerling die overgaat van de 2de naar de 3de kleuterklas

3 Oudercontacten

Zie https://munsterbilzen.sbsbilzen.be/oudercontacten/

4 Zittenblijven

Tijdens de personeelsvergadering van 18/01/16 werd het standpunt van onze school ten opzichte van 'zittenblijven' besproken.

Zittenblijven moet het gevolg zijn van een bijzonder overdacht teamoverleg en is slechts gerechtvaardigd in die gevallen dat alle andere vormen van ondersteuning onvoldoende zijn gebleken.

Maar dat impliceert dus dat wij als school alle vormen van mogelijke en voor ons haalbare gedifferentieerde ondersteuning hebben uitgeprobeerd. Het betekent ook dat we als school zorgvuldig moeten achteruitkijken (Wat hebben we reeds gedaan?) en tevens zorgvuldig vooruitkijken (Wat gaan we aan extra of andere ondersteuning voorzien tijdens het zittenblijven-jaar?). Zulk een beslissing kan best in nauw overleg met de ouders worden genomen. Indien wij als school van oordeel zijn dat een leerling best blijft zitten, zal dit zo snel mogelijk met de ouders besproken worden.

5 Getuigschriften basisonderwijs

De procedure volgens dewelke getuigschriften basisonderwijs worden toegekend en de procedure volgens dewelke een beroep kan ingediend worden staan beschreven in het schoolreglement.

Op het einde van ieder schooljaar vindt een klassenraad plaats waarin besproken wordt welke leerlingen een getuigschrift zullen behalen, maar voor dit formeel overleg zal de directie al op regelmatige basis met de leerkrachten van het 6de leerjaar bespreken bij welke leerlingen eventueel een probleem opduikt met betrekking tot het getuigschrift basisonderwijs.

De klassenraad beslist autonoom of een leerling het getuigschrift al dan niet krijgt. Hierbij wordt ook rekening gehouden met het advies van het CLB.

5.1 Uitgangspunten voor het toekennen van een getuigschriften

  • Er wordt rekening gehouden met het totaalbeeld van de leerling waarbij alle domeinen (wiskunde, Nederlands, Frans, wereldoriëntatie, muzische vorming, l.o.) alsook de domeinoverschrijdende vaardigheden (leren leren, sociale vaardigheden, ICT) in acht worden genomen.
  • Compenserende maatregelen worden vermeld op het rapport, maar mogen geen belemmering zijn om het getuigschrift al dan niet te behalen.
  • Als iedere deelnemer van de klassenraad in eer en geweten van mening is dat het getuigschrift niet kan uitgereikt worden voor een bepaalde leerling, wordt het getuigschrift geweigerd.

Het niet-uitreiken van een getuigschrift aan een leerling op deze jonge leeftijd ontneemt kansen en beperkt bijgevolg zijn of haar toekomstperspectieven.